Maliebaanfestival

Logo Maliebaanfestival Banner: Maliebaanfestival

Geschiedenis

Kermis is een van die heel oude feesten waarvan de ouderdom niet precies is vast te stellen. Kermis komt voort uit (middeleeuwse) kerkwijdingen en jaarmarkten, uit ‘handel’ en ‘heiligheid’ zou je kunnen zeggen. Het woord ‘kermis’ is een verbastering van ‘kerkemis’. Met kerkemis wordt de speciale inwijdingsmis van elke nieuwe kerk bedoeld. Die inwijding gebeurt met groot ceremonieel. De mensen stromen toe. Deze kerkemis wordt vervolgens elk jaar op dezelfde dag feestelijk herdacht en herhaald. Weer een kerkemis, weer een vrije dag, weer feest. Deze herdenkingen trekken veel publiek, net als de jaarmarkten, die doorgaans aan hoge kerkelijke feestdagen zijn gekoppeld. ‘Waar volk is, is nering’, luidt het gezegde. En mét de nering komt de speelman mee. En de vuurspuwer, de koorddanser, de berenleider, de goochelaar, de waarzegger en natuurlijk de muzikant, want er moet gedanst worden. Heiligheid, handel én amusement vinden elkaar. Langzaam zien we nu het zwaartepunt in deze combinatie naar het gebeuren buiten de kerk verschuiven, naar de handel en het amusement op het marktplein. En nog veel later raakt de oorspronkelijke betekenis van de ‘kerkemis’ vergeten en spreekt men gemakshalve van ‘kerremis’, of gewoon ‘kermis’.

Wat is nu de plaats van Utrecht in deze ontwikkeling? Utrecht staat aan het begin, Utrecht is bakermat van kermis in de Noordelijke Nederlanden. Utrecht bestaat eind tiende eeuw uit een bisschoppelijke burcht, op de plek van het oude Romeinse castellum, en een handelsnederzetting tegen de burcht aan. In de burcht zetelt de bisschop. Binnen de burcht staan we voor de inwijding, op 26 juni 1023, van de nieuwe Sint Maartenskerk. Dit is dus zo’n ‘kerkemis’ en wel een van de allereerste orde. De hoofdkerk van het bisdom! Deze kerkemis uit 1023 moet overdonderend geweest zijn. Ook in haar jaarlijkse herhalingen. Dit feest staat muurvast op de agenda. De kerkemis, kerremis, kermis is, jaar na jaar, aan een duizendjarige mars door de tijd begonnen. Maar in 1345 wordt de ‘Dom-kerkemisse’ verplaatst van 26 juni naar 22 juli, de feestdag van Maria Magdalena. Dit gebeurt uit dankbaarheid over een akkoord, op de vooravond van 22 juli, tot het opbreken van het beleg van Utrecht door graaf Willem IV van Holland. Utrecht wordt daardoor gevrijwaard van een bestorming door het leger van graaf Willem. We komen er genadig af. De Dom-kerkemisse wordt dus voortaan op 22 juli gehouden. In 1614 is er weer een verschuiving. De oude Pontiaans-jaarmarkt, die normaal in januari (!) wordt gehouden, wordt nu gecombineerd met de Maria Magdalena-kermis, met de Dom-kermis dus. Een schot in de roos! Dit wordt de grote, beroemde Utrechtse jaarmarkt-kermis, die drie eeuwen blijft bestaan.

Wat moet men zich bij zo’n kermis voorstellen? Op de Mariaplaats, het Oudmunsterplein (Domplein), het Vreeburg enz. worden honderden marktkramen ingericht. Dit is de gelegenheid om zich in het nieuw te steken.. En voor heel veel amusement natuurlijk. Daarvan is het Vreeburg het middelpunt. Dit is de plek voor de carrousel, de luchtschommel, het ‘reuzenrad’, het theater en het circus. En voor een dubbele rij poffertjes- en wafelkramen. De mensen stromen toe. Hier hebben ze naartoe geleefd. Het zijn vooral de twee ‘ruige’ kermisdagen – ‘hoveniersmaandag’ en ‘boerenzaterdag’ - die vanouds met ongegeneerde gulzigheid worden gevierd. Hoveniersmaandag is traditioneel de dag waarop meiden en knechten van de tuinderijen rond Utrecht hun jaarloon uitbetaald krijgen. Een jaar lang ploeteren en dan kermis vieren met flink geld op zak. De brave burgerij beschouwt de uitbundige taferelen met ontzetting. Daar komt nog iets bij. Ons land is in de loop van de 19e eeuw in de ban geraakt van een ‘beschavingsoffensief’ dat de kermis zonder omhaal bij het ‘groot vuil’ op de stoep zou willen zetten. Kermis is onzedelijk, woest, onbeschaafd. Weg met de kermis. Ze sneuvelen bij bosjes, in het hele land. Ook in Utrecht wordt de Raad bewerkt met petities om de oude jaarmarkt-kermis af te schaffen. Het College van Regenten van het St.-Eloyen Gasthuis acht het raadzaam om de broeders op de avond van de beruchte ‘hoveniersmaandag’ – derde maandag in juli - van de kermis weg te houden. Het heeft hiervoor een slimme oplossing. De broeders worden onthaald op een feestelijke maaltijd, die bewuste avond, in het Gasthuis aan de Boterstraat, een maaltijd met biefstuk, brood, wafels en bier. Deze maaltijd groeit uit tot een traditie die tot de dag van vandaag in ere wordt gehouden. De druk om de kermis af te schaffen houdt aan. Burgemeester Reiger gaat zelf maar eens kijken en rapporteert dat het nog wel meevalt. Maar dan breekt in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit. De kermis wordt opgeschort. In 1919 gaat de oude, roemruchte Utrechtse kermis, officieel voor de bijl.

Hoe moet het dan verder met kermis in Utrecht? We weten het na de ‘afschaffing’ eigenlijk niet zo goed meer. De traditie is doorbroken. In 1988 dient zich een omslagpunt aan. “Utrecht Kerkenstad’ viert de voltooide restauratie van vijf binnenstadskerken. Een suggestie om dit feest op te luisteren met een speciale kermis op een mooie plek, valt in goede aarde. Een unieke combinatie van een prachtige locatie (Maliebaan) en een goede formule (betaalbaarheid en breed aanbod) staan garant voor een doorslaand succes. De ritprijs zal één piek bedragen. Staangelden gaan ‘terug in de kermis’ en leggen daarmee een basis voor een breed aanbod. Bij de bepaling van het gunstigste tijdstip moet rekening worden gehouden met de ‘pieken en dalen’ van de Nederlandse kermiskalender. De periode vlak vóór de grote Tilburgse kermis blijkt het meest aantrekkelijk. Voor Utrecht betekent deze tijdsbepaling een meer dan gelukkige aansluiting bij de periode waarin de oude Utrechtse stadskermis, die in 1919 werd afgeschaft, placht te worden gehouden. De continuïteit is hersteld. Deze eerste ‘piekenkermis’ is een groot succes… De piekenkermis moet blijven!

Tussen de opening op vrijdag en de sluiting op de woensdag erna, liggen zes hectische dagen. Elke dag heeft zijn min of meer vaste punten. Op vrijdag is dat de feestelijke opening om 14.00 uur. De Maliebaan heeft haar mooiste jasje aangetrokken. De attracties – zo’n veertig in getal - zijn hoogglanzend opgepoetst. Ze zijn er klaar voor. Als de opening gedaan is zet de muziek in, de attracties draaien, de mensen stromen toe. De kermis is begonnen. Heel Utrecht komt kijken. Heel veel kinderen. Ze kijken verrukt om zich heen, laten zich schminken, rennen van de carrousel naar de ‘kiddy-ride’, van grabbelton naar bussentent en touwtje-trek, van het circus naar de pony’s en het spookhuis. Met de feestverlichting aan is het sprookje compleet. Rond de carrousel staat een kring van ouders en grootouders bij elke rondgang enthousiast naar de kleintjes te zwaaien, en omgekeerd, een tafereel zo oud als de kermis zelf. ’s Avonds is de kermis op haar mooist. De mensen schuifelen van de poffertjeskraam, aan het begin, naar het lunapark aan het eind, en weer terug. Overal is wat bijzonders te zien en te beleven. Bij vrijwel alle attracties staan groepen mensen te kijken. De terrassen zijn bezet. Mensen praten, drinken, luisteren en kijken naar de artiesten op de podiumwagens. Zondag is de dag van de ‘kermis-mis’ op de botsautobaan. We zijn dicht bij de oorsprong van kermis. De viering in 1988 van Utrecht-kerkenstad vroeg er als het ware om. De kermis-mis kan al die jaren op een gehoor van 400 tot 500 mensen rekenen. De wagens gaan aan de kant, het altaar wordt ingericht, het orgel geplaatst. Zondagmorgen 10.00 uur. De eerste gasten, zondagse kleren, komen aanlopen. Ze staan wat te praten, kiezen hun plaats. De dienst begint. De orde van dienst is de aanwezigen vertrouwd. Kermis komt van ‘kerkmis’, horen we. Mensen vierden vroeger dat ze een gebouw hadden om bijeen te komen en te luisteren naar de verhalen van God. Zoals hier. Velen melden zich, de handen devoot gevouwen, voor het ontvangen van de communie.

Kermismaandag 17 juli 2000 zou weer een ‘hoveniersmaandag’ van de oude Utrechtse kermis geweest zijn. De broeders van het Sint Eloyen Gasthuis vieren, zoals gezegd, deze derde maandag in juli elk jaar met een ‘hovenierse maaltijd’. In 1995 is spontaan besloten tot een historische handreiking. De broeders werden uitgenodigd voor een borrel op de Maliebaan. Tijdens dit historisch samenzijn zijn gevoelige woorden gesproken. Ons is door de regenten van het huis plechtig verzekerd, ‘dat er geen enkele aanleiding meer bestaat om onze broeders van deze kermis weg te houden’. Een mooie verzoening.

De laatste dagen breken aan. Nog even en het grote feest is weer voorbij. Maar zo ver is het nog niet. De feestverlichting brandt al weer, de mensen komen toelopen en weldra heerst er de gezellige kermisdrukte van de vorige dagen. Alles draait, alles is weer in bedrijf. De parade van een niet aflatende stroom mensen langs de attracties. De muziek van een langslopende band, de bel van de carrousel, kinderstemmen die daar weer bovenuit gaan. Ouders en grootouders die verrukt naar hun spelende kinderen in de diverse kinderattracties staan te kijken. Maar ook invaliden in hun wagentjes die door verwanten, vrienden of verplegers over de kermis worden rondgereden. Woensdagavond, half negen. Topdrukte. Alles pakt nog één keer uit. En dan is het gebeurd. Om half twaalf is de afbraak in volle gang. De party is over.

Bronnen
Jansen, G.H., Een roes van vrijheid. Kermis in Nederland. Boom. Meppel/Amsterdam 1987
Jansen, G.H., Kermis. In: Prettige Feestdagen. Utrechtse feesten in heden en verleden. Stichting de Plantage. Utrecht 2004.